Verslag van
onderzoeksproject BrainGym en technisch lezen
In de
periode tussen 2008 en 2010 heeft er een onderzoek plaatsgevonden op het gebied
van technisch lezen bij leerlingen in het
basisonderwijs. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van individuele leeshulp
met toevoeging van beweging, in de vorm van BrainGym-oefeningen.
Over het onderzoek
Doel van dit onderzoek:
Het
onderzoeken van de effecten van specifieke BrainGym-oefeningen op het technisch
leesproces bij leerlingen met een achterstand op dit gebied.
Hierbij was het uitgangspunt:
Door het
regelmatig uitvoeren van specifieke BrainGym-oefeningen verbetert de onderlinge samenwerking tussen de linker- en rechterkant
van het brein met de zintuigen aan beide kanten van het lichaam; vooral met de
ogen. Verder zorgen de oefeningen voor een verminderde spanning en een
betere concentratie. Op die manier helpen de BrainGym-oefeningen om
belemmeringen in het leesproces te verminderen, waardoor het technisch lezen zal verbeteren.
Eerdere
vergelijkbare onderzoeken in het buitenland gaven positieve resultaten te zien.
Zie
hiervoor www.braingym.org. (learn more; BrainGym studies) en www.movementbasedlearning.com
(Articles & Research)
Onderzoek in het kort:
Er werd
gewerkt met leerlingen bij wie de vorderingen op het gebied van technisch lezen duidelijk stagneerden, ondanks
al eerder gegeven extra hulp.
Anders
gezegd: leerlingen waarover men zich zorgen maakte en
bij wie doorstroming
naar een hogere groep in gevaar was.
Dit
project werd uitgevoerd door BrainGym-begeleiders die werkzaam zijn in een
eigen praktijk en/of op een basisschool.
Het
project duurde minimaal 6 weken in een periode tussen 2 toetsmomenten die
de school hanteert.
Inhoud:
-
De Dennisons
Lateraliteits Repatterning (DLR); een individuele herprogrammering
van het bewegingspatroon, door middel van afwisselende homo-laterale
(eenzijdige) en bi-laterale (tweezijdige) bewegingen
-
Enige
BrainGym-oefeningen tenminste 3x per week, voorafgaande aan een (technische)
leesactiviteit.
Hiervan elke keer: Water drinken, Breinknoppen activeren, de
Kruisloop en de Liggende Acht.
Daarnaast een keuze uit: In en Uit de Knoop, Nekrol,
Reuzengeeuw, Aardeknoppen, Ruimteknoppen, Denkschakelaar en Buikademhaling.
Uitvoering:
Vooraf
leerden de leerlingen de specifieke BrainGym-oefeningen. Daarna deden zij gedurende 6 weken de geselecteerde oefeningen vóór
elke activiteit van technisch lezen. Deze oefeningen konden gedaan worden in de
klas of daarbuiten (zoals in de remedial teaching); in een groepje of
individueel.
In deze
periode voerden de BrainGym-begeleiders bij elke leerling minimaal één keer een
Dennisons Lateraliteits Repatterning uit;
gericht op lezen.
Na de
oefenperiode werden de leerlingen getoetst op de manier die en door de persoon
welke op de school gebruikelijk is.
De
toetsresultaten die bekend waren van vóór de oefenperiode zijn bij de start van
het project genoteerd.
Aantal deelnemers:
In totaal
hebben aan dit onderzoek meegedaan:
-
7
BrainGym-begeleiders
-
6
basisscholen
- 33 leerlingen; zie figuur 1 voor de aantallen per groep. Dit waren 15 meisjes en 18 jongens.
Figuur1: Spreiding van de
leerlingen die aan dit
onderzoek hebben deelgenomen
Van deze
33 leerlingen hadden er 2 een officiële diagnose dyslexie (waarvan één leerling
tevens diagnose ADHD).
Daarnaast was er bij 4 leerlingen een vermoeden van dyslexie, door
achterblijvende prestaties bij henzelf en/of door dyslexie in de familie. De
school keek om die reden extra zorgvuldig naar het leesproces van de
betreffende leerlingen.
De gebruikte toetsen
AVI en ILO
Alle
deelnemende basisscholen toetsten de vorderingen van het lezen van tekst
(verhaaltjes). Deze scholen deden dit met behulp van de AVI-toetsen (oude versie)
of de ILO-toetsen die bij de betreffende leesmethode horen.
AVI- en
ILO-toetsen worden 2 keer (in groep 3) of 3 keer (in de hogere groepen) per
jaar afgenomen. Gemiddeld is de vordering 1 niveau per toetsmoment.
DMT
Daarnaast
volgden de meeste basisscholen de vorderingen van het lezen van rijtjes met
losse woorden. Hiervoor wordt de DMT gebruikt: de DrieMinutenToets. De DMT
bestaat uit 3 kaarten met woorden in oplopende moeilijkheidsgraad. Bij elk
toetsmoment leest de leerling kaart 1, 2 en 3.
Toetsresultaten
AVI en ILO:
Voor de
verwerking van de toetsresultaten gaan we uit van de beheerste AVI- of ILO niveaus die voor en na het project zijn
behaald.
Van 29
leerlingen zijn deze toetsresultaten bekend (zie tabel 1):
1
leerling vorderde 3 niveaus
6
leerlingen vorderden 2 niveaus
15
leerlingen vorderden 1 niveau
7
leerlingen bleven op hetzelfde niveau
|
|
Op zelfde niveau
gebleven |
1 niveau vooruitgang |
2 of meer niveaus
vooruitgang |
Totaal aantal
leerlingen |
|
Aantal
leerlingen |
7 |
15 |
7 |
29 |
Tabel 1: Vooruitgang in AVI- en
ILO niveaus
De
leerlingen die aan dit project hebben deelgenomen liepen achter in hun
leesvaardigheid. Met andere woorden: zij vorderden tot dan toe onder het gemiddelde. Zodoende kunnen we stellen dat voor hen een
stijging van 1 niveau een goede verbetering is.
Met deze
stelling in het achterhoofd zien we dat 22 van de 29 leerlingen (dat is 76 %)
een goede tot zeer goede vooruitgang geboekt
hebben in de periode van dit BrainGym-project. (Zie figuur 2)

Figuur 2: De vooruitgang van AVI-
en ILO niveaus in beeld gebracht
Op één
basisschool zijn de leerlingen de BrainGym-oefeningen blijven doen in de tijd
tussen de afsluiting van het project (begin december) en het volgende
toetsmoment (eind januari).
Het gaat
om vier leerlingen, waarvan één met diagnose dyslexie en ADHD. Van deze
leerlingen vorderde één leerling twee niveaus en vorderden de andere drie één
niveau. (Zie tabel 2)
|
|
1 niveau vooruitgang |
2 niveaus
vooruitgang |
Totaal aantal
leerlingen |
|
Aantal
leerlingen |
3 |
1 |
4 |
Tabel 2: Vooruitgang in AVI
niveaus na het blijven uitvoeren van de BrainGym-oefeningen tot het volgende
toetsmoment
Op deze
school zien we dat alle 4 de leerlingen (100%) een goede tot zeer goede vooruitgang geboekt hebben.
DMT (losse woorden lezen):
Omdat een leerling bij de DMT 3 kaarten moet lezen komen daar 3
scores (resultaten) uit voort. Per leerling hebben wij van zijn/haar 3 scores
het gemiddelde berekend.
Om deze
gegevens overzichtelijker te maken is elk gemiddelde omgerekend naar DLE.
DLE
betekent Didactische Leeftijdsequivalent. Het DLE geeft de vorderingen van de
leerling weer. Het drukt uit op welk niveau de leerling staat met het beheersen
van de leerstof; in dit geval het technisch lezen. Een DLE is een algemeen
gemiddelde. Anders gezegd: één DLE staat voor hetgeen een leerling gemiddeld na
één maand onderwijs onder de knie heeft. Idealiter heeft een leerling in maart
van groep 3: DLE 7, aan het eind van groep 3: DLE 10,
enzovoorts.
Van 20
leerlingen kregen wij de resultaten van de DMT van zowel voor als na het
project. Deze zijn, zoals gezegd, omgerekend naar DLE.
Tevens
hebben wij gekeken naar het aantal maanden dat er tussen de toetsmomenten heeft
gezeten voor en na het project. Bijvoorbeeld: als die periode 3 maanden was en
de leerling vorderde 3 DLE dan is dit een gemiddelde stijging.
- Door
omstandigheden is er op enkele scholen getoetst terwijl het onderzoek nog niet
was afgerond. Hierdoor is de oefenperiode voor de betreffende 9 leerlingen
korter geweest. We geven de resultaten van deze leerlingen daarom apart aan: (Zie tabel 3)
1
leerling verbeterde bovengemiddeld
1
leerling verbeterde gemiddeld
7
leerlingen verbeterden onder het gemiddelde
|
|
Benedengemiddelde
vooruitgang |
Gemiddelde
vooruitgang |
Bovengemiddelde
vooruitgang |
Totaal aantal
leerlingen |
|
Aantal
leerlingen |
7 |
1 |
1 |
9 |
Tabel 3: Vooruitgang in DLE’s van
de leerlingen die een kortere oefenperiode hadden
Bij iets
minder dan 25% van deze leerlingen is de verbetering bovengemiddeld.
- Op
andere scholen duurde de oefenperiode wel 6 weken. Van 7 leerlingen weten we de
resultaten van de DMT. Omgerekend naar DLE is de stijging bij hen als volgt: (Zie tabel 4)
2
leerlingen verbeterden bovengemiddeld
2
leerlingen verbeterden gemiddeld
3
leerlingen verbeterden onder het gemiddelde
|
|
Benedengemiddelde
vooruitgang |
Gemiddelde
vooruitgang |
Bovengemiddelde
vooruitgang |
Totaal aantal
leerlingen |
|
Aantal
leerlingen |
3 |
2 |
2 |
7 |
Tabel 4: Vooruitgang in DLE’s van
de leerlingen met de oefenperiode van 6 weken
Bij iets
meer dan 50% van deze leerlingen is de verbetering bovengemiddeld.
- De
overige 4 resultaten van de DMT zijn van de basisschool waar de leerlingen de
BrainGym-oefeningen zijn blijven doen in de tijd tussen de afsluiting van het
project (begin december) en het volgende toetsmoment (eind januari). Dit zijn
andere leerlingen dan beschreven bij de AVI toetsresultaten; ook uit een andere
groep.
Het gaat
om 4 leerlingen waarvan één met diagnose dyslexie. Allen
vorderden in 3 maanden tijd (veel) meer dan 3 DLE. (Zie tabel 5)
|
|
Benedengemiddelde
vooruitgang |
Gemiddelde
vooruitgang |
Bovengemiddelde
vooruitgang |
Totaal aantal
leerlingen |
|
Aantal
leerlingen |
0 |
0 |
4 |
4 |
Tabel 5: Vooruitgang in DLE’s na
het blijven uitvoeren van de BrainGym-oefeningen tot het volgende toetsmoment
Op deze
school zien we dat alle 4 de leerlingen (100%) een goede tot zeer goede vooruitgang geboekt hebben.
Hoe ging het met de 6 leerlingen met (mogelijke)
dyslexie?
Van één
van deze leerlingen hebben we de resultaten van DMT/DLE. Zijn vooruitgang is
bovengemiddeld.
Van de 5
overige leerlingen waren de AVI- of ILO resultaten als volgt; 3 leerlingen
verbeterden 2 niveaus en 2 leerlingen verbeterden 1 niveau. (Zie tabel 6)
|
|
1 niveau vooruitgang |
2 niveaus
vooruitgang |
Totaal aantal
leerlingen |
|
Aantal
leerlingen |
2 |
3 |
5 |
Tabel 6: Vooruitgang
in AVI/ILO niveaus bij de leerlingen met (mogelijke) dyslexie
Alle 6
(100%) hebben ze een goede tot zeer goede
vooruitgang geboekt. Twee van deze leerlingen zijn BrainGym-oefeningen blijven
doen tot het volgende toetsmoment, met als resultaat een bovengemiddelde
vooruitgang.
Ervaringen van de leerlingen
De leerlingen hebben voorafgaande aan en na afloop
van dit project aangegeven wat ze van lezen vonden en hoe ze hun leesprestaties
beoordeelden. Dit illustreerden ze met een cijfer en/of een getekend portret van zichzelf, denkend aan lezen.
Beleving van het
lezen
Vrijwel alle leerlingen merkten verbetering bij
zichzelf.
De meerderheid van hen (23 leerlingen) ervoer vóór de start van dit
project lezen als: niet leuk, moeilijk, saai of lastig. En daarna werd het: een stuk beter, leuker,
een stuk makkelijker of het gaat goed.
Zoals een jongen uit groep 4 schreef vóór het
project: “Ik kan niet goed lezen maar ik wil het wel graag. L”
Daarna: “Lezen is nu leuk. Ik ben blij dat ik beter kan lezen: J----jippie!”
Maar ook de leerlingen (9) die voor de start van het project lezen beleefden
als leuk of makkelijk merkten verbetering. Zo schreef een meisje uit groep 6:
“Als ik nu aan lezen denk dan kijk ik blij.”
Eén leerling beleefde het lezen anders. Vóór het
project schreef ze: “Ik vind lezen superleuk. Ik geef mezelf een duim.” En na afloop: “ Het is saaier, soms is het
moeilijker.” Zij gaf zichzelf naderhand voor lezen in een boekje het cijfer 10
en voor rijtjes met woorden een 5. (Zij liep gezien de resultaten niet achter. Maakte bij de
moeilijkste kaart met rijen woorden van de DMT een sprong van DLE 18 naar DLE
22; in 3 maanden tijd) Wel
gaf zij aan de BrainGym-oefeningen heel leuk te hebben gevonden en het lezen in
groepjes ook.
Beoordeling van het
lezen
Twee leerlingen hebben niet ingevuld hoe ze hun
leesprestaties beoordeelden.
Drie anderen vonden dat
zij gelijk gebleven waren, terwijl hun toetsresultaten bovengemiddeld
waren.
Bij de 28 leerlingen die hun leesprestatie wel met
een cijfer of waardering beoordeelden steeg die beoordeling na het project
gemiddeld met 2 cijfers.
Reacties en ervaringen n.a.v. dit
project
Leerkrachten
Alle leerkrachten en BrainGym-begeleiders merkten
een verbetering op in de motivatie van de leerlingen. Deze reactie was 100%
gelijkluidend.
Daarnaast werd door veel leerkrachten opgemerkt dat
leerlingen:
- rustiger werden;
- zich beter konden concentreren;
- minder (faal)angstig waren om te lezen;
- meer zelfvertrouwen kregen.
Op enkele scholen werden de BrainGym-oefeningen in
de klas uitgevoerd. Hier was de ervaring dat de sfeer verbeterde en er minder
conflicten tussen de leerlingen waren. Een leerkracht gaf daarbij tevens aan:
“Na het doen van de oefeningen blijft tijdens de hele ochtend een goede
werkhouding en concentratie zichtbaar.”
Ouders
Ook ouders reageerden enthousiast en positief. Van
enkele kinderen werd opgemerkt dat ze thuis rustiger waren in de periode van
het project.
Directie
Een directeur van een basisschool vond de positieve
reacties van de leerlingen opvallend. Ze zei: “De gezichtjes die ze tekenden
voorafgaand aan en na afloop van het project spreken boekdelen.”
Een directeur van een basisschool opperde dat de
school nu wel met een dilemma zat: “Als alle ouders zien hoe goed dit heeft
gewerkt willen ze allemaal deze aanpak..”
Na het project
Vrijwel alle betrokkenen waren positief over dit
project en over de meeste effecten ervan.
Van één school kwam een kritisch geluid. Een
BrainGym-begeleider meldde: “Er zijn aan de toetsresultaten
van onze leerlingen geen spectaculaire verbeteringen te zien. De
RT/IB-er en leesmoeder vragen zich af of deze leerlingen anders, dus zonder de
BrainGym-oefeningen, óók deze (kleine) vooruitgang zouden hebben geboekt. Het
heeft veel mankracht gekost doordat de leesmoeder anders een groepje van
Vervolg?
Een RT-er die het project op haar school begeleidde
zei: “Ik zou BrainGym alleen al voortzetten om de motivatie die de kinderen
krijgen!”
Ook verschillende leerlingen hebben gezegd graag te
willen doorgaan met BrainGym; soms met de toevoeging: “Daardoor gaat het
makkelijker.” En zoals
een meisje uit groep 4 zei: “Eerst dacht ik dat ik
het niet kon, maar nu denk ik: ik kan het, joepie ik kan het.”
Opmerkelijke verhalen
Een leerling uit groep 8 heeft een officiële
diagnose dyslexie en ADHD. Vóór dit project kreeg hij al 4 jaar RT buiten schooltijd.
In het laatste jaar heeft hij een aantal keer een Dennisons Lateraliteits
Repatterning gedaan, maar nooit gericht op het
lezen. Daarnaast deed hij het laatste jaar nagenoeg elke ochtend enkele
BrainGym-oefeningen.
Tijdens het project heeft hij -behalve op school-
ook thuis vaak 10 minuten gelezen. Gaande het
project had hij (en de leerkracht) steeds minder last van zijn ADHD; zodanig
dat men dacht dat hij medicatie gebruikte – wat niet het geval was. (Zijn AVI niveau verbeterde van 8
naar 9; in 4 maanden tijd)
Over een leerling uit groep 5 met een
dyslexieverklaring zei de leerkracht: “Hij heeft een enorme vooruitgang
geboekt. Hij kan nu echt lezen. Dit was voorheen een ramp voor hem en nu leest
hij vlot weg. Thuis zijn ze ook verbaasd over de sprong die hij heeft gemaakt.
Hij is hierdoor zelfverzekerder en heel trots. Vanwege zijn dyslexie is het
helemaal fijn dat het nu zo goed gaat.” (In 3 maanden tijd ging hij 4 DLE’s vooruit)
Van een leerling uit groep 4 werd verwacht dat hij
zou blijven zitten. Gaande het project merkte men dat hij alles wat rustiger
ging doen, waardoor hij minder fouten maakte. Niet alleen het technisch lezen
maar ook andere vakken zijn goed vooruitgegaan. Hierdoor kon hij voorwaardelijk
over naar de volgende groep. (hij ging tijdens dit project 3 AVI niveaus omhoog; van AVI 2 naar 5)
Een leerling uit groep 8 heeft vanaf haar 3e
jaar in Frankrijk gewoond. Daar leerde ze op school Frans lezen en schrijven.
Thuis werd Nederlands gesproken. Sinds haar 9e jaar woont ze weer in
Nederland; dat was op het moment dat het project startte 3 jaar geleden. Al die tijd kreeg ze buiten schooltijd RT
voor taal en spelling. Op school gaf men haar extra oefening en leeshulp.
Ze was op AVI niveau 7 blijven steken en behaalde na het project AVI niveau 9.
Nawoord
Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van toetsen
en dus ook van de resultaten op basis van die toetsen. We zien hier wel een
nadeel in omdat cijfers alléén niet alles zeggen. Vooruitgang blijkt toch vaak
ook enigszins subjectief te zijn.
Als we enkel en alleen kijken naar de cijfers van
de toetsresultaten van sommige leerlingen is de vooruitgang van het lezen daar niet
altijd in terug te vinden. In veel gevallen zat de verbetering in de beleving van het lezen. Dit werd
opgemerkt door de leerlingen zelf en was merkbaar voor de leerkrachten en de
ouders.
Tevens was de verbeterde motivatie een belangrijk
gegeven in dit project.
Wij vragen ons af of dát misschien wel het grootste
winstpunt is.
Op één van de deelnemende basisscholen werd terecht
opgemerkt dat dit project veel mankracht heeft gekost. Deze opmerking sterkt
ons in de gedachte: ‘voorkomen is beter dan genezen’. Er zijn diverse zaken aan
te wijzen die kunnen bijdragen aan het voorkómen van problemen in het
leesproces. Heel belangrijk zijn daarbij voldoende spelen en bewegen in de
kleuterperiode en in de hogere leerjaren tussen de lessen door. Dat laatste kan
met vrije bewegingsoefeningen, maar ook en vooral met BrainGym-oefeningen. Het
zou goed zijn kleuters niet te dwingen tot activiteiten op het platte vlak, als
hun 3-dimensionale ontwikkeling nog niet is afgerond.
Als de individuele leerling
voldoende tijd krijgt, met de juiste aandacht
en stimulans, klopt het wat veel leerkrachten menen: “Het komt wel goed.”
Opvallend is dat de grootste vooruitgang is geboekt
bij de leerlingen die na de 6 weken van het project de BrainGym-oefeningen zijn
blijven doen, tot het moment dat er weer werd getoetst.
Wij durven naar aanleiding van dit project van
harte te stellen dat BrainGym een positieve invloed uitoefent op de beleving en de technische uitvoering van het lezen.
We gunnen elk kind veel
van die ‘Joepie ik kan het’
ervaringen!
Tenslotte zeggen wij alle BrainGym-begeleiders,
leerkrachten, scholen en natuurlijk alle leerlingen die zo enthousiast aan dit
project hebben meegewerkt heel hartelijk dank! Zij en
wij zijn weer een heel stuk wijzer geworden!
Voor meer inhoudelijke informatie over de methode
BrainGym verwijzen we naar onderstaande websites en naar het boek ‘Fit en Slim
met LeerGym’, door Elly de Wildt-Dienske.
Monique de Groote-van Tol en Elly de Wildt-Dienske